Innerlijk kind
Het innerlijk kind, maskers en liefde
In iedere volwassene leeft nog altijd het kind dat we ooit waren.
Het deel van ons dat wilde spelen, voelen, ontdekken — maar ook het deel dat pijn, angst of afwijzing heeft gekend.
Dat innerlijke kind draagt herinneringen, overtuigingen en emoties met zich mee die vaak onbewust invloed hebben op hoe we vandaag de dag liefhebben.
De maskers die we leren dragen
Als kind leren we ons aan te passen.
Soms omdat we dat moesten, soms omdat we dachten dat het zo hoorde.
We werden stil om de vrede te bewaren, vrolijk om liefde te krijgen, of sterk omdat er geen ruimte was om kwetsbaar te zijn.
Langzaam ontstaat er een masker — een versie van onszelf die zich veilig voelt, die geliefd wordt, die controle houdt.
We raken zo gewend aan dat masker, dat we gaan geloven dat het wij zijn.
Maar diep vanbinnen leeft nog altijd dat zachte, eerlijke deel van ons — het innerlijk kind dat verlangt naar echtheid.
Naar liefde zonder voorwaarden.
In relaties uit zich dat vaak in pleasen:
steeds meer geven dan je ontvangt, je aanpassen, of bang zijn dat de ander je afwijst als je “te veel” bent.
We zeggen “ja” terwijl ons hart “nee” fluistert.
We houden alles in balans, behalve onszelf.
Wanneer iemand je echt ziet
En dan gebeurt er soms iets bijzonders.
Je ontmoet iemand die door je masker heen kijkt.
Die niet alleen de versie ziet die je laat zien aan de wereld, maar ook het kind daarachter — met zijn angsten, twijfels en verlangens.
Dat kan enorm mooi voelen, maar ook confronterend.
Want wanneer iemand je écht ziet, kun je jezelf niet langer verstoppen.
Alles wat je zorgvuldig hebt weggestopt, komt omhoog: je kwetsbaarheid, je oude pijn, je neiging om te vluchten of te pleasen.
Echte verbinding vraagt om eerlijkheid — niet alleen naar de ander, maar vooral naar jezelf.
Toch is dat precies waar groei ontstaat.
Wanneer je leert dat liefde niet betekent dat je iemand moet “worden”, maar dat je juist mag zijn.
Zonder masker, zonder rol, zonder angst.
Gewoon jij — met alles wat je voelt en alles wat je bent.
De reis terug naar jezelf
Heling van het innerlijk kind betekent jezelf weer ontmoeten.
Leren luisteren naar dat kleine deel in jou dat zegt:
“Ik wil gewoon geliefd worden om wie ik ben.”
Het vraagt moed om de maskers af te zetten, om niet langer te doen alsof, en om te kiezen voor echtheid — ook als dat spannend is.
In mijn eigen reis heb ik ervaren hoe bevrijdend dat kan zijn.
Toen ik stopte met pleasen, ontstond er ruimte.
Toen ik mezelf durfde te voelen, kon ik ook echt verbinden.
En toen ik mezelf leerde zien, kwamen er mensen op mijn pad die dat ook konden.
En eerlijk? Ik leer nog steeds.
Elke dag opnieuw.
Van ontmoetingen, van relaties, van het leven zelf.
Er zijn nog steeds momenten waarop oude patronen zich laten zien — maar in plaats van mezelf te veroordelen, probeer ik er nu met zachtheid naar te kijken.
Want heling is geen eindpunt, het is een reis.
Liefdesrelaties en het innerlijk kind — de strijd tussen verlangen en angst
Liefde kan zo magisch voelen.
Het moment dat iemand echt binnenkomt — dat je hart openbreekt, dat alles klopt.
Maar vaak is dat ook precies het moment waarop iets in ons begint te trillen.
Een oud deel, een kind-deel, dat zich herinnert hoe het voelde om ooit verlaten, afgewezen of niet gezien te worden.
Dat is de paradox van liefde:
ons volwassen deel verlangt naar verbinding, terwijl ons innerlijk kind bang is om opnieuw gekwetst te worden.
En zo ontstaat de strijd tussen verlangen en angst.
De strijd van binnen
Misschien herken je het:
Eén moment voel je je intens verbonden, en het volgende moment twijfel je.
Je wilt dichtbij komen, maar trekt je terug.
Je verlangt naar zekerheid, maar zodra je die krijgt, voelt het benauwd.
Dat komt niet omdat je “moeilijk” bent of “niet weet wat je wilt”,
maar omdat er in jou twee delen tegelijk aan het woord zijn.
Het volwassen deel zegt:
“Ik wil liefde, verbinding, eerlijkheid.”
Het kind-deel fluistert:
“Wat als ik weer pijn doe? Wat als ze me verlaten?”
Soms reageert dat kind-deel door zich vast te klampen — bang om opnieuw alleen gelaten te worden.
Soms juist door afstand te nemen — om maar niet wéér te hoeven voelen hoe het is als iemand verdwijnt.
En in die dynamiek raken we onszelf kwijt:
we zoeken liefde, maar vechten tegen de pijn die liefde oproept.
Liefde als spiegel
In iedere relatie worden we gespiegeld.
De ander raakt de stukken in ons aan die nog niet geheeld zijn.
Dat is niet om ons te breken, maar om ons te helpen herinneren wat er nog liefde nodig heeft.
Je partner triggert niet alleen je verlangen, maar ook je angst.
Niet alleen je kracht, maar ook je kwetsbaarheid.
En dat is precies waar de groei ligt: niet in de ander veranderen,
maar in leren luisteren naar dat innerlijke kind dat nog steeds bang is —
en zeggen: “Je bent veilig. Ik blijf.”
De weg naar echte verbinding
Echte liefde vraagt niet om perfectie, maar om bewustzijn.
Om het vermogen te voelen wanneer je volwassen deel aan het stuur zit, en wanneer je innerlijk kind het overneemt.
Om te durven ademen in de spanning tussen “ik wil je vasthouden” en “ik moet mezelf beschermen.”
In die momenten van verwarring zit juist de uitnodiging tot heling.
Want elke keer dat je kiest om te blijven — bij jezelf, bij je gevoel, in plaats van in je oude patroon te schieten —
maak je het kind in jou een beetje veiliger.
Dan wordt liefde niet langer een strijd, maar een dans.
Een beweging tussen twee mensen die elkaars spiegels durven zijn,
en tegelijk de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen heling.